Landbouw en magnesium

Magnesium is naast stikstof, fosfor en kali de vierde basismeststof. Veel te vaak wordt dit belangrijke element onterecht gezien als sporenelement. Jaarlijks is echter op grasland minstens 100 kg MgO per hectare nodig en 75 kg op bouwland. Een tekort aan magnesium veroorzaakt bij melkvee allerlei problemen en in ernstige gevallen zelfs de gevreesde kopziekte. In akkerbouw heeft magnesiumgebrek een lagere opbrengst tot gevolg, soms gebreksziekte en als het om een ernstig tekort gaat zelfs een misoogst.

Magnesium wetenswaardigheden :

  • Magnesium komt voor in het bladgroen van planten. Ook in zaden, vooral de oliehoudende, zit veel magnesium. Een gebrek aan magnesium bij planten uit zich door geelverkleuring van de bladeren. Bovendien drogen de bladeren sneller uit omdat de waslaag op het blad ontbreekt. Magnesiumgebrek veroorzaakt opbrengst verlies, ook als er nog geen gebreksverschijnselen te zien zijn.
  • Melkvee heeft elke dag een bepaalde hoeveelheid magnesium nodig. In de winter, wanneer veel krachtvoer wordt gebruikt waarin veel magnesium zit, geeft dit geen problemen. In de zomer, als het vee de dagelijkse magnesiumbehoefte vooral uit gras moet halen, dient deze magnesium speciale aandacht te krijgen. Een groot tekort aan magnesium veroorzaakt bij melkvee kopziekte. Lage gehalten aan magnesium in ruwvoer werken negatief op de melkgift en vruchtbaarheid.
  • Het magnesiumgehalte in de grond is zeer verschillend en loopt op zand- en dalgrond uiteen van minder dan 20 tot meer dan 300. Dat wil zeggen van 20 mg per kg grond tot 300 mg per kg grond. Klei- en veengrond bevatten meer magnesium. Dit kan oplopen tot 1000 mg per kg grond.
  • Voor bouwland op zand- en dalgrond zou het MgO gehalte (magnesium) van de grond minimaal 75 moeten zijn.
  • Grasland vraagt een MgO gehalte van 200, vooral voor de gezondheid van het vee.
  • Het magnesiumgehalte in zand- en dalgrond daalt snel als men niet met magnesiumhoudende meststoffen werkt. Er verdwijnt magnesium doordat planten magnesium verbruiken en door uitspoeling.

De magnesiumtoestand van de grond verloopt, als geen magnesium wordt bemest, ongeveer zo:

Magnesium toestand in de grond :
  A B
Jaar MgO MgO
1 100 200
2 69 138
3 50 85

Het zal duidelijk zijn dat een zeer regelmatige bemesting met magnesium nodig is om het MgO gehalte op peil te houden. Deze bemesting noemen we onderhoudsbemesting.

Als het MgO gehalte te laag is dient een grote gift te worden gegeven en wel zoveel dat daarna het MgO gehalte optimaal is. Deze bemesting noemen we reparatiebemesting.

Bouwland op zand- en dalgrond krijgt een reparatiebemesting als het MgO gehalte beneden 75 ligt. Na deze reparatiebemesting is het MgO gehalte dan 75.

Magnesium op grasland :

Gras beschikt doorgaans over voldoende magnesium bij een evenwichtig aanbod van kali. Hoge giften kali en ammoniumstikstof beperken de magnesiumopname door het gras. Een te lage pH heeft ook een ongunstig effect. De gezondheid van de koe staat hierbij voorop. Magnesium tekort veroorzaakt een daling van de melkgift en melkziekte.

Uiteindelijk krijgt de koe kopziekte met in veel gevallen een fatale afloop. Het tekort treedt vooral op in het vroege voorjaar en in de herfst door lage temperaturen. Daarnaast veroorzaakt een hoge kalivoorziening en een lage pH een laag Mg-gehalte in het gras.

Bemestingsadvies magnesium voor grasland :
    MgO in kg/ha
MgO gehalte Waardering 1e jaar Daarna
0-75 Laag 200 50
75-150 Vrij laag 100 50
150-250 Voldoende 50 50
>250 Hoog 0 0

Grasland op zand- en dalgrond moet een MgO halte wat licht tussen de 150 en 250 (streefgehalte). Bij een lager gehalte moet worden gerepareerd tot dat streefgehalte van per kg grond. Bij een voldoende MgO gehalte wordt op deze grondsoort elk jaar 50 kg MgO aan onderhoudsbemesting gegeven.

Om de hoeveelheid kalk te bepalen die nodig is om de pH op het juiste peil te brengen hebben we een grondanalyse nodig.

Klei- en veengrond bevatten veel magnesium. Toch is het MgO gehalte in het gras daar niet veel hoger dan op zandgrond.

Ook op klei- en veengrond wordt het MgO gehalte in het gras door een magnesiumbemesting verhoogd, al is hier meer magnesium voor nodig dan op zand- en dalgrond.

De adviesbasis voor bemesting van landbouwgronden geeft geen advies voor magnesiumbemesting van grasland op klei en veen. Toch blijkt uit uitgebreide meerjarige proeven dat magnesiumbemesting ook op klei en veen zinnig is. Vooral als de magnesium heel goedkoop is zoals magnesium uit MAGKAL.

Hieronder geven wij een samenvatting en conclusies uit het rapport van die proeven. Er is in die proeven gewerkt met kieseriet. De magnesium uit kalk komt langzamer vrij dan de magnesium uit kieseriet. Magnesium uit MAGKAL is een voorraadbemesting. Uit het rapport blijkt overduidelijk dat grasland op alle grondsoorten doorlopend magnesiumbemesting nodig heeft.

Op de pagina magnesiumhoudende kalk   gaan we hier nader op in.

Invloed van bemesting met kieseriet (Magnesium) en Kalizout op het magnesiumgehalte van weidegras

Samenvatting en conclusies :

Van 1962 tot 1964 werd met behulp van meerjarige proeven, uitgevoerd door de Rijkslandbouwvoorlichtingsdienst, op zand, veen en klei een onderzoek ingesteld naar de invloed van een bemesting met magnesium (kieseriet) en kali (K40), beide bij toediening in het voorjaar, op het magnesiumgehalte van weidegras in het voor- en najaar. Het onderzoek omvatte per grondsoort ongeveer 20 proeven. De proeven werden aangelegd bij uiteenlopende K- en Mg-toestanden van de grond. Vergeleken werden geen en wel magnesium (bij eenmalige en jaarlijkse toekenning naar 100 kg MgO per ha.), zowel bij geen als wel kali (jaarlijks 100 kg K2O per ha.). Gewas- en grondmonsters werden elk jaar in het voor- en najaar per object genomen. Aan de hand van minerale samenstelling van het gras (K, Mg en re) is een verwachting uitgesproken over het Mg-gehalte in het bloedserum van dieren bij beweiding. Het in de bijlagen vermelde materiaal biedt de mogelijkheid invloeden van bodemfaktoren en van het weer op de minerale samenstelling van het gras in verdere studie na te gaan.  CONCLUSIES  De verschillen in MgO gehalten van het gras van het onbemeste object tussen de grondsoorten zijn betrekkelijk klein, ondanks zeer grote verschillen in magnesiumgehalten van de grond (veen, klei, zand).  Lage MgO gehalten in het gras in 1962 hangen vermoedelijk samen met ongunstige weersomstandigheden in dat jaar (koud, nat voorjaar).  Het direkte effect van een bemesting met kieseriet op het MgO gehalte in het voorjaarsgras loopt van jaar tot jaar uiteen. De verhoging bedraagt bij 100 kg MgO per ha op zand ongeveer 0,06 – 0,09, op veen 0,07 – 0,08 en op klei 0,04 – 0,05 MgO in de droge stof. Magnesiumbemesting in het voorjaar verhoogt het MgO gehalte in het najaarsgras op zand met 0,03% en op veen en klei met 0,02%. Het direkte effect en de nawerking in volgende jaren is het grootst op zand en het kleinst op klei. Veen neemt een tussenpositie in en gedraagt zich kort na de bemesting meer als zand, later meer als klei.  Kalibemesting in het voorjaar verlaagt het MgO gehalte van het voorjaarsgras op zand sterker dan op klei. De verlaging berdraagt bij 0,35 – 0,40% MgO op zand 0,06, op veen 0,05 en op klei 0,03% en is sterker naarmate het magnesiumgehalte van het gras hoger is. Kali in het voorjaar werkt op najaarsgras minder nadelig dan op voorjaarsgras (daling op alle grondsoorten 0,02% bij 0,35 – 0,40% MgO). Kali lijkt minder antagonistisch te werken op meststofmagnesium dan op bodemmagnesium.  Het effect van magnesiumbemesting op het MgO gehalte in het gras is met kali bijna even goed als zonder kali.  Bij zware kalibemesting (jaarlijks 100 kg K2O) is het onverantwoord in het voorjaar preventieve maatregelen tegen kopziekte achterwege te laten, zelfs in de jaren waarin de Mg voorziening van het gras relatief gunstig is. Toepassing van 100 kg MgO per ha eens in de drie jaar is niet voldoende om bij dergelijke kalibemesting normale Mg gehalten in het bloedserum te mogen verwachten. Bij geregelde bemesting met 100 kg MgO bij zware K-bemesting kunnen nog subnormale gehalten in het bloed voorkomen, de kans op lage gehalten wordt daardoor echter belangrijk gedrukt. Een dergelijke magnesiumbemesting bij geen kalibemesting is meer dan voldoende. Bij weglating van kalibemesting kan zonder toediening van magnesium in ongunstige jaren toch kopziekte optreden. Bij beweiding in het najaar was het Mg gehalte in het bloed in alle gevallen boven normaal of bijna normaal. Het najaarsgras leverde weinig gevaar voor optreden van kopziekte als niet opnieuw met kali wordt bemest. Er kan worden gesteld dat een magnesiumbemesting, die voldoende is voor het voorkomen van kopziekte bij voorjaarsbeweiding, dat ook is voor de najaarsbeweiding mits tussentijds geen kali wordt gegeven.


Magnesium op bouwland :

Vooral op zandgrond, dalgrond en lössgrond waar de MgO gehalten vaak laag zijn moet regelmatig met magnesium worden bemest. Bij een magnesiumtoestand van 75 mg per kg grond moet elk jaar ongeveer 70 kg MgO per ha worden gegeven. Hakvruchten vragen meer magnesium dan granen. Een tekort aan magnesium geeft opbrengstderving ook als nog geen gebreksverschijnselen te zien zijn.

Klei- en zavelgrond hebben van nature een grotere reserve magnesium. Die magnesium is echter niet altijd even goed beschikbaar voor de planten. Magnesiumgebrek op klei- en zavelgrond wordt meestal bestreden door bespuiting met bitterzout.

Om magnesiumgebrek op klei tegen te gaan zijn vrij hoge giften magnesium nodig. Omdat magnesium uit MAGKAL  bijna niets kost is deze kalksoort om deze reden aantrekkelijk voor de klei-akkerbouw.

3000 kg MAGKAL  bevat 510 kg magnesium (MgO). Als in het najaar wordt gestrooid komt daarvan voor het volgende gewas 250 kg beschikbaar voor de bieten. En dat is voldoende.

Leveranciers van magnesium :
  Overzicht  
Leverancier % MgO /ha Werking
Runderdrijfmest 0.1 Snel
Kieseriet 25 Snel (duur + strooien)
Bitterzout 15 Snel (duur + strooien)
Magnesamon 7 Duur
Patentkali 9 Snel + duur
Dolokal 5 Langzaam
Dolokal extra 10 Langzaam
Dolokal supra 19 Langzaam
MAGKAL 54-17 17 Langzaam

Waar hangt de keuze vanaf ?

  •  Het gewas, bijvoorbeeld aardappelen krijgen vaak patentkali om chloor te vermijden.
  •  Het bedrijf, gras en maïs krijgen vaak drijfmest.
  •  Het aanbod, bijvoorbeeld Dolokal Supra wordt zelden aangeboden.
  •  De prijs, bijvoorbeeld MAGKAL  is goedkoop.
  •  De verwerkbaarheid, bijvoorbeeld stuivende kalk vraagt duur speciaal transport en dure strooiers.
  •  Kennis van zaken, kennis van de werking van MAGKAL  maakt gebruik van dure magnesiumhoudende stoffen overbodig.